Het cadeau
Strofe 1
Je hebt iets voor me meegebracht, je handen trillen zachtjes,
een pijn doet mijn ogen opengaan, wat wil het van mij,
een ‘dank je wel’ verblindt alles, het fluistert ‘illusie’,
er hangt iets in de lucht, het ruikt naar manipulatie.
Tussendeel
Een geschenk kan van alles zijn,
het laat je leven of laat je alleen,
een last of een gast,
zonder verwachtingen of slechts schijn,
omgeven door leed of klaar om te leven.
Refrein
Jouw geschenk voor mij is pas gegeven,
tijd vult het mijn ruimte, is dat meer in mijn leven,
ben ik aan het geschenk gegeven, zoals de wortels aan een boom,
zonder mij kan het niet leven, leeft jouw droom in mij?
Als het niet vrij is, moet het weer weggaan…….
Vers 2
Je hebt iets voor me meegebracht, je ziel woont erin,
een schaduw opent mijn ogen, wat wil het van mij,
een ‘dank je wel’ verblindt alles, en fluistert ‘illusie’,
er hangt iets in de lucht, het ruikt naar manipulatie.
Couplet 3
Je hebt iets voor me meegebracht, je wens leeft daarbinnen,
een sluier verdwijnt niet, een bedoeling komt naar voren,
Koppel niets aan het geschenk, dan kan het leven,
dan heb je de ontvanger een stukje leven geschonken.
( Copyright 2012 Hubert Maria Dietrich )